Baldadige jeugd

Baldadige jeugd

De heer op de bovenstaande afbeelding is Jan Arend Godert baron de Vos van Steenwijk. Hij werd geboren op 7 februari 1799 op het huis de Havixhorst in De Wijk bij Meppel. Hij overleed op 7 maart 1872 te Zwolle. Van 1846 tot 1866 was hij Commissaris des Konings in de provincie Drenthe. Maar waarom in deze reeks van verhalen over de historie van Haren aandacht voor deze heer? De reden is, dat hij tot verontwaardiging van Harens burgemeester Rudolf de Sitter door het verspreiden van nep-nieuws de goede naam van de gemeente Haren hevig in het geding bracht.

Op dinsdag 16 september 1851 schrijft De Vos van Steenwijk een brief aan Louis Gaspard Adrien van Limburg Stirum zijn collega Commissaris des Konings in de provincie Groningen. Hij schrijft dat hij op de voorgaande zondagavond per koets vanuit Groningen naar Assen reisde en dat toen “het dorp Haren passerende eenige baldadige jongens zich niet ontzien hebben mijn paarden te doen schrikken door, zooals mij voorkwam, iets op dezelve te werpen, waarvan het gevolg was, dat het rijtuig bijna op hol geraakt zou zijn, zoo niet eene bijzondere omstandigheid onheil had afgewend”. De Vos van Steenwijk voegt daar nog aan toe, dat op diezelfde avond een andere inwoner van Assen bij het doorrijden van Haren dezelfde baldadigheid heeft ondervonden. Ja, naar hij gehoord had, zouden iedere zondagavond reizigers langs de straatweg door het dorp Haren aan dusdanige baldadigheid worden bloot gesteld. Hij dringt er bij zijn collega op aan het gemeentebestuur van Haren aan te schrijven om tegen de bedoelde baldadigheden gestrengelijk te laten surveilleren.

Van Limburg Stirum is uiteraard zeer gepikeerd over wat zijn Drentse collega in Haren overkomen is. Hij vraagt direct een reactie van burgemeester De Sitter van Haren. Die komt er op 23 september 1851. De Sitter schrijft dat “de klagte van den Heer Commissaris des Konings in de provincie Drenthe ons smartelijk heeft aangedaan”. Hij heeft er alle begrip voor, dat deze brief ook voor Van Limburg Stirum hoogst onaangenaam is geweest, daar men “toch genegen is en zelfs verpligt een onvoorwaardelijk geloof te hechten aan feiten opgegeven door ambtenaren, eene zoo hooge stelling als die van Commissaris des Konings bekleedende”. Maar dan maakt De Sitter een forse draai en kondigt hij aan op een overtuigende wijze de klacht te zullen weerleggen. Weg dus de plicht de Commissaris des Konings van Drenthe onvoorwaardelijk te geloven.

Op zich wil De Sitter niet uitsluiten, dat er op zondagavond in Haren enige baldadigheden plaats vinden. Alle herbergen in het dorp zijn aan de doorgaande Rijksstraatweg gelegen en de jeugd uit Haren en het naburige Onnen is gewoon zich op zondagavond in het dorp te verenigen en bij goed weer op straat te wandelen. En met slechts één veldwachter voor het toezicht kun je nu eenmaal niet alles in de gaten houden.

Maar zo vervolgt De Sitter in zijn brief aan de Commissaris des Konings in de provincie Groningen op de genoemde zondagavond 14 september 1851 was er in Haren helemaal niets aan de hand. De Sitter baseert zich daarbij op de verklaringen van twee ‘geloofwaardige en rustige huisvaders’ in het dorp Haren woonachtig. De Sitter heeft deze beide mannen onder ede gehoord en van dat verhoor zijn processen verbaal opgemaakt. “Die getuigenissen zijn zoo volledig, dat alle schijn zelfs alsof de paarden van de heer Commissaris des Konings van Drenthe door toedoen van derden, hetzij door jongens of mannen aan den hol zouden zijn geraakt, wordt weg genomen, dewijl zij beide eenstemmig getuigen, dat ter plaatse waar de paarden begonnen te slaan niemand, geen mensch, op straat was”.

Wie waren deze ‘geloofwaardige en rustige huisvaders’ dan wel en wat hadden ze gezien? Het ging om de timmerman Jan Dekens en de wever Johan Frederik Wilhelm Steinhorst. Zij stonden op de bewuste avond te praten voor de deur van de woning van Dekens (nu Rijksstraatweg 205; meubelzaak Velderhof, vroeger Boomker) toen ze vanuit Groningen een koets aan zagen komen rijden. Het was al behoorlijk donker. Steinhorst had zijn kinderen al naar huis gestuurd en er was verder niemand op straat. Toen de koets vlak bij hun was hoorden ze ineens ‘klabats’. Steinhorst had geschrokken geroepen: “Mijn God, wat is dat, breekt die wagen”. Waarop Dekens had geantwoord: “neen, maar die paarden gaan aan de kletter”. Steinhorst had ook nog geroepen “Dat is een kwade stinkert van een paard, die is niet mak, die gaan aan de loop”. Volgens Dekens begon een van de paarden plotseling met de achterbenen tegen de koets te slaan. Daarop waren beide paarden in galop voort gehold en zoolang zij het hadden kunnen horen hadden de paarden niet opgehouden met de achterbenen tegen de koets te slaan. De beide heren waren daarop de koets zo snel mogelijk achterna gelopen en vonden hem terug bij de Landhuishoudkundige school (Rijksstraatweg 241; nu kantoorgebouw Maartensstee). De knecht van De Vos van Steenwijk had toen gezegd dat de jongens in Haren iets naar de paarden hadden gegooid. Dekens had toen direct gezegd: “Mijn lieve man, daar is niets van waar, jou paarden binnen zelf begunt”.

De Vos Steenwijk had zelf van de aanleiding tot het op hol slaan van de paarden niets meegekregen. Hij had alles ‘van horen zeggen’. Dat gold ook voor de verhalen over overlast die de andere inwoners van Assen in Haren zouden hebben ondervonden. Burgemeester De Sitter sluit zijn rapportage aan de Commissaris des Konings in de provincie Groningen dan ook af met de opmerking, dat hij de verdere behandeling van de zaak waarin de goede naam van de gemeente Haren zoo hevig werd aangetast aan het verlicht en bezadigd oordeel van de Heer Commissaris overlaat. Wat vervolgens het antwoord richting De Vos van Steenwijk is geweest, weet ik helaas niet.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 89.

Old Go

De Harense Historische Vereniging Old Go is opgericht in januari 2010 en houdt zich bezig met de geschiedenis van de voormalige gemeente Haren. De gemeente bestond uit de dorpen Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren en de buurtschappen Essen, Dilgt en Hemmen. Op 1 januari 2019 is de gemeente Haren in het kader van de gemeentelijke herindeling samengegaan met de gemeenten Groningen en Ten Boer. 

Gevarieerd aanbod

Lezingen en excursies

Organisatie Open Monumentendag 

Uitgave van Harens Old Goud, 2x per jaar, een tijdschrift met een breed aanbod van artikelen en oude foto's

Publicaties in Haren de Krant

Presentatie en promotie op evenementen.

Info-centrum

Kom eens langs in het Info-centrum van Old Go! Elke eerste donderdag van de maand kunt u van 14.00 tot 16.00 uur bij ons terecht voor inzage in ons archief. We hebben een luisterend oor voor uw (oude) verhalen met of zonder foto’s. Voor vragen en informatie kunt u mailen naar info@oldgo.nl. Het adres is: Oude Brinkweg 12A, Haren; de trap op naar boven.   

Contact

Wilt u lid worden?  Zie ons aanmeldingsformulier. 

Heeft u een algemene vraag of opmerking:  info@oldgo.nl

Wilt u een artikel of foto's aanbieden voor Harens Old Goud: redactie@oldgo.nl