De overzwaai aan de Hoornsedijk

De overzwaai aan de Hoornsedijk

 

Het optreden van de industrieel Jan Evert Scholten kenmerkt zich door het streven zijn omgeving voortdurend aan te passen aan zijn wensen. Zo heeft hij nog maar net zijn buitenhuis Villa Gelria aan de Rijksstraatweg in Haren (nu Verlengde Hereweg 163 te Groningen) betrokken of hij spant zich al in om in Helpman langs de weg straatlantaarns te plaatsen. Hij ondersteunt zijn initiatieven meestal door zelf royaal met de geldbuidel te zwaaien. Zo betaalt hij een derde deel van de kosten van de zes lantaarns die als uitvloeisel van zijn initiatief in 1877 in Helpman worden geplaatst.

Begin 20e eeuw trekt Jan Evert Scholten zich terug uit het familiebedrijf om zich geheel aan zijn hobby’s en nevenactiviteiten te kunnen wijden. Hij richt zijn aandacht dan onder andere op het Paterswoldsemeer. In 1908 bouwt hij hier aan de huidige Meerweg een theehuis, dat we nu kennen als de Paalkoepel. Maar voordat het tot die bouw kwam, moest wel geregeld worden, dat dat bouwwerk goed bereikbaar was. Tot dan was er alleen een looppad over de dijk langs de Schipsloot, maar Jan Evert Scholten prefereerde het uiteraard om per koets te reizen. Daarom zorgde hij er voor, dat door particulier initiatief en uiteraard weer met een forse financiële inbreng van zijn kant de Kunstweg Haren-Paterswolde (de huidige Meerweg) werd aangelegd inclusief een verlegging van een deel van de Schipsloot en de bouw van een brug over het Noord-Willemskanaal.

Dat was echter nog niet voldoende. Op het Paterswoldsemeer kon leuk gezeild worden, maar bereikbaar per boot was het meer niet. Dat was natuurlijk erg ongemakkelijk als je zeilwedstrijden wilde organiseren met wat meer dan alleen lokale allure. Dus zocht Jan Evert Scholten ook hier naar een oplossing. In 1910 zette hij hiertoe de eerste stappen. Hij kocht toen een boerderij aan de Hoornsedijk van Hindrik Luinge. Direct na aankoop liet hij de oude boerderij afbreken. Zo kreeg hij de beschikking over een gunstig terrein aan de Hoornsedijk. Langs dit terrein liep namelijk een sloot genaamd de Mannewiek en die sloot stond in open verbinding met het Paterswoldsemeer. Dit was een goede plek om boten vanuit het Hoornsediep over de dijk te tillen. In april 1910 zijn de plannen voor zo’n kraan of overzwaai concreet. We lezen er over in het Nieuwsblad van het Noorden van 10 april 1910: “Naar wij vernemen is in een gisteravond gehouden vergadering van het comité ad hoc besloten om over te gaan tot het bestellen van een kraan welke zal worden geplaatst op de westeroever van het Hoornschediep en dienst zal doen om bootjes uit dit diep in het Paterswolder meer, en omgekeerd, over te brengen. De kraan zal met de onkosten van plaatsing komen op ongeveer 1400 gld., welk kapitaal bijeen gebracht wordt door het plaatsen van aandeelen a 10 gld. Een der oprichters der commissie, de heer S., nam 50 aandeelen, de Algemene Nederlandsche Wielrijders Bond 25, terwijl er in totaal reeds 128 aandeelen zijn geplaatst”. Grappig is het om te zien dat ook de ANWB in die tijd dit soort recreatieve voorzieningen mee financierde.

De kraan kwam er en is te zien op de bovenstaande foto. De situatie is ook nu nog goed herkenbaar als u op de Hoornsedijk gaat staan ter hoogte van huisnummer 14 en in zuidelijke richting kijkt. U ziet dan de sloot op de foto naar rechts van de dijk afbuigen en achter de woningen Hoornsedijk 15 en 16 langs lopen. Vervolgens loopt de sloot langs het weggetje naar het huisjesterrein De Mannewiek naar het Paterswoldsemeer. De kraan werd bediend door Johannes Nijdam. Deze woonde in het huis Hoornsedijk 14. Via het bruggetje over de sloot kon hij snel bij de kraan komen. Wie de dames met kinderen op de foto zijn, is helaas niet bekend. Johannes Nijdam was vrijgezel, dus zijn vrouw en kinderen kunnen het niet zijn. Het huis dat achter de in de takels hangende boot te zien is, is Hoornsedijk 15.

Al snel na de aanleg bleek de kraan niet goed te voldoen. De capaciteit was te gering om ook motorboten over de dijk te tillen. Reeds op 21 januari 1912 belegde de vereniging Het Paterswoldschemeer onder voorzitterschap van Jan Evert Scholten twee vergaderingen – ’s middags in Groningen en ’s avonds in Paterswolde – om te spreken over een betere oplossing. Volgens het bestuur zou dit een sluis moeten zijn. De kosten daarvoor werden geraamd op f.10.000,-. De bespreking in Paterswolde nam echter een verrassende wending. De aanwezigen spraken hun voorkeur uit voor een veel ambitieuzer plan. Er moest geen klein sluisje komen voor alleen de pleziervaart, maar een sluis voor grotere boten. Daarnaast moest dan gezorgd worden voor een verbinding van het Paterswoldsemeer via de Woldsloot, het Eelderdiep, het Peizerdiep en het Koningsdiep naar het Hoendiep. Dit zou de sluis ook aantrekkelijk maken voor de beroepsvaart. Er werd een comité ingesteld om dit voorstel uit te werken en te bespreken met het waterschap Westerkwartier en de gemeente Eelde. Uiteraard maakte Jan Evert Scholten weer deel uit van dit comité. Uitwerking van deze plannen zouden van het Paterswoldsemeer een watersportgebied van allure hebben gemaakt. Het is er echter niet van gekomen.

Pas 15 jaar later werd alsnog een sluisje gerealiseerd. Dit sluisje werd op 1 maart 1927 in gebruik genomen. De opening werd echter gecombineerd met de viering van het 10-jarig bestaan van het Clubhuis aan de Meerweg op 26 mei 1927. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef hier de volgende dag over: “Tegen twee uur begaf men zich naar de overzijde van het meer, waar sinds 1 maart jl. de nieuwe sluis is opengesteld; met de officieele opening had men echter tot dezen dag gewacht. Een lange rij van motorbooten vulde reeds de sloot, die de sluis met het meer verbindt; ook zagen we er een viertal gepavoiseerde jachten der zeilvereeniging De Twee Provinciën. Aan den anderen kant lag de Libelle, de mooie motorboot van den heer Oving, aan boord waarvan zich verschillende genoodigden bevonden”. Hermanus Ellens Oving was de schoonzoon van Jan Evert Scholten. Hij had het initiatief van zijn schoonvader opgepakt en gezorgd voor de aanleg van het sluisje. Precies groot genoeg voor zijn eigen boot Libelle.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 71.

Old Go

De Harense Historische Vereniging Old Go is opgericht in januari 2010 en houdt zich bezig met de geschiedenis van de voormalige gemeente Haren. De gemeente bestond uit de dorpen Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren en de buurtschappen Essen, Dilgt en Hemmen. Op 1 januari 2019 is de gemeente Haren in het kader van de gemeentelijke herindeling samengegaan met de gemeenten Groningen en Ten Boer. 

Gevarieerd aanbod

Lezingen en excursies

Organisatie Open Monumentendag 

Uitgave van Harens Old Goud, 2x per jaar, een tijdschrift met een breed aanbod van artikelen en oude foto's

Publicaties in Haren de Krant

Presentatie en promotie op evenementen.

Info-centrum

Kom eens langs in het Info-centrum van Old Go! Elke eerste donderdag van de maand kunt u van 14.00 tot 16.00 uur bij ons terecht voor inzage in ons archief. We hebben een luisterend oor voor uw (oude) verhalen met of zonder foto’s. Voor vragen en informatie kunt u mailen naar info@oldgo.nl. Het adres is: Oude Brinkweg 12A, Haren; de trap op naar boven.   

Contact

Wilt u lid worden?  Zie ons aanmeldingsformulier. 

Heeft u een algemene vraag of opmerking:  info@oldgo.nl

Wilt u een artikel of foto's aanbieden voor Harens Old Goud: redactie@oldgo.nl