“Dronken flarde, waarom sla jij het kind?”

Het huis op de foto is het boerderijtje Zuidlaarderweg 46 te Noordlaren. Het is een rijksmonument. De verkorte omschrijving luidt: “Eenvoudig boerderijtje van het Westerwoldse type. Schuurtopgevel met voorschot (bouwjaar: voor 1850)”.

De vermelding van het bouwjaar is correct. We kunnen zelfs nog wat concreter zijn. Op 30 september 1844 geeft Albert Jans Homan te Noordlaren met verschuldigde eerbied aan het gemeentebestuur te kennen, dat hij van plan is een nieuwe woning te bouwen op zijn land gelegen te Noordlaren en deze woning gedeeltelijk met pannen en gedeelte met riet of stroo te dekken. Hij vraagt daarvoor de benodigde toestemming. Door de burgemeester wordt zijn verzoek om advies in handen gesteld van het raadslid Willem Homan (geen familie) te Noordlaren. Dat is in die tijd de gebruikelijke procedure. Tekeningen zijn er niet en een raadslid kan met zijn lokale kennis deskundig adviseren. Op 12 oktober 1844 bericht Willem Homan aan de burgemeester “dat hij en vele ingezetenen van Noordlaren met hem er zwarigheid in vinden, om op het westeind van aangeduid perceel te bouwen. Aangezien het een groot bezwaar zoude opleveren doordien de eigenaar als veehouder naar plaatselijk gebruik alsdan avond en morgen met zijn vee door de esch zal moeten drijven. Redenen waarom hij zoude voorstellen het verzoek, indien er termen voor bestaan, in zoover te weigeren, dat de adressant alleen op het oosteinde zal mogen bouwen”. Anders gezegd, volgens Willem Homan kan de woning beter aan de Achter de Hoven worden gebouwd en niet aan de Zuidlaarderweg. Daarbij moeten we bedenken, dat tot 1850 de wegen Achter de Hoven en Middenstraat de westelijke begrenzing van de bebouwing van Noordlaren vormden. Aan de Zuidlaarderweg stond geen enkele woning of boerderij. Tussen de Achter de Hoven en de Zuidlaarderweg (nu liggen daar de Noorderstraat en de Steegakkers) lag een deel van de es (landbouwgrond) en daar zou Homan met zijn vee, komende vanaf de lager gelegen weilanden ten oosten van de Lageweg dwars overheen moeten. Inderdaad een onwenselijke situatie. Toch komt de woning aan de Zuidlaarderweg. Hoe dat precies is gelukt, heb ik nog niet kunnen achterhalen.

Albert Jans Homan is behalve landbouwer ook tapper. Je kunt bij hem thuis dus een borreltje komen drinken. Zo’n huiskamercafé kwam in die tijd veel voor. Als de provincie in 1884 overweegt deze kleine kroegen te verbieden, schrijft de burgemeester: “De vrouw of dochter bemoeijen zich met die zaak, terwijl het mannelijk personeel landbouw of ander werk buiten ’t huis verrichten. Worden die gecombineerde zaken geweerd, dan zullen verscheidene huisgezinnen een gedeelte van hun middel van bestaan missen en naar wij vrezen zonder voordeel van het algemeen. Want het weren der gecombineerde tapperijen te lande zal het vermeerderen der stille kroegen ten gevolge hebben”. De vrouw des huizes bij Albert Homan is de te Westerbroek geboren Derkien Hindriks Flikker. Samen krijgen zij vijf kinderen, drie jongens en twee meisjes.

Een van de jongens, Hendrik Homan verongelukt op 5 juni 1853 vlak voor het huis op trieste wijze. We lezen daarover in de Groninger Courant van 7 juni 1853: “In den voormiddag van 5 juni jl. had er te Noordlaren een aller treurigst voorval plaats. Een zesjarig zoontje van A. Homan aldaar bevond zich spelende met nog andere kinderen aan de straat, bij een hek, 't welk zij voor aankomende rijtuigen openden en toesloten, ten einde daarvoor eenige centen te ontvangen. Omstreeks half tien komt er een boeren wagen voorbij. Een van de inzittende personen werpt den kinderen een cent toe. Zij grijpen er naar, met dat ongelukkig gevolg, dat bovengenoemd knaapje onder den wagen geraakte, en een der raderen hem over de borst ging. Het kind werd dadelijk in huis gebragt, en geneeskundige hulp in allerhaast ingeroepen, doch tevergeefs. In den namiddag van dienzelfden dag blies het, na veel pijn en groote benauwdheid te hebben uitgestaan, tot diepe smart der ouders den laatsten adem uit”.

Albert Jans Homan was in Noordlaren bij menig akkefietje betrokken. Soms in positieve, maar soms ook in negatieve zin. Met zijn buren Nicolaas Wertien en diens vrouw Hillechien Schuring (waar ze precies woonden weet ik helaas nog niet) had hij wel een zeer bijzondere relatie. Nicolaas Wertien is afkomstig uit Luxemburg en is als oud-militair in Noordlaren ‘blijven hangen’. In 1849 trouwt hij te Haren op 46-jarige leeftijd met de genoemde Hillechien. Bij dat huwelijk is Albert Jans Homan een van de getuigen. Maar enige jaren later is er van pais en vree tussen de beide families geen sprake meer. Dat blijkt uit een zaak die op 25 oktober 1865 aan de orde is bij de rechtbank in Groningen. Albert Jans Homan, 52 jaar, arbeider, geboren en wonende te Noordlaren is dan de beklaagde. Hij wordt bijgestaan door Mr. Simon van Houten (later als kamerlid bekend van het ‘Kinderwetje’).

De eerste getuige in deze zaak is Hillechien Schuring, vrouw van Nicolaas Wertien, 43 jaar, zonder beroep, wonende te Noordlaren. Zij verklaart als volgt. Op 7 oktober jl. gaf ik mijn kind, dat te laat thuis kwam een slag of twee voor 't gat. Beklaagdes dochter riep mij toen toe "dronken flarde, waarom sla jij het kind" en onverwachts kwam toen beklaagde mijn huis in stormen en gaf mij slagen op de hersenen. Mijn tong bloedde. Mijn dochtertje is toen naar de veldwachter gelopen. Beklaagde zegt, dat hij getuige niet geslagen heeft.

De tweede getuige is Nicolaas Wertien, 62 jaar, boerenarbeider te Noordlaren, Hij verklaart als volgt. Op 7 oktober jl. kwam ik van mijn arbeid thuis. Mijn vrouw gaf toen haar kind dat te laat thuis kwam enige klappen. Beklaagdes dochter zei toen "dronken flarde, sla jij je kind". Waarop mijn vrouw antwoordde: "dat is in allen gevalle beter dan eens anders kind" en toen kwam beklaagde de woning binnen gelopen en gaf mijn vrouw een maal of drie klappen op het hoofd. Mijn vrouw heeft er hoofdpijn van gehad. Ik deed niets, want ik durf beklaagde niet aan. Beklaagde herhaalt, dat hij niet geslagen heeft en voegt daaraan toe: "een dronken mensch kan zeggen wat ze wil". Op 1 november 1865 doet de rechtbank uitspraak. Albert Jans Homan wordt voor mishandeling veroordeeld tot acht dagen gevangenisstraf in eenzame opsluiting te ondergaan en tot betaling van de kosten van het geding begroot op f.9,40.

Rest nog de vraag wat nu een ‘flarde’ is. Volgens het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan is een 'flare' een 'slecht vrouwspersoon', een 'slet' of een 'twistmaakster'. Ik neem aan dat flarde het lokale woord is voor flare.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 61.

Zoekplaatje van Geert Bazuin

De Harense historische kring Old Go heeft inmiddels een enorm fotoarchief opgebouwd. Dit is mede te danken aan een aantal schenkingen. Zo kreeg Old Go een aantal jaren geleden de beschikking over de plakboeken vol foto’s van Geert Bazuin (1925-2014). Geert was in Haren een bekende en herkenbare verschijning. Dat laatste was het gevolg van de handicaps die Geert bij zijn geboorte had meegekregen. Zo had hij maar één half armpje, was hij erg klein en liep hij ook nog mank. In ‘Op de Hoogte’ - de toenmalige naam van het blad van Old Go - schreef Geert daar zelf in 2012 het volgende over: “Mijn geboorte zal een hele klap voor mijn ouders zijn geweest. Nooit heb ik ze daarover gehoord, nooit zijn mij uitlatingen bekend geworden, dat ze getraumatiseerd zijn geweest, terwijl dat niet zo verwonderlijk zou zijn geweest. Ik heb fantastische ouders gehad. Ze hebben mij bepaald niet in de watten gelegd”. Geert werd zoveel mogelijk gedwongen zich onder vreemden te begeven om er aan te wennen, dat de ogen extra op hem werden gericht. Overigens zijn alle oude afdelingsbladen van Old Go – dus ook het volledige verhaal van Geert Bazuin - in pdf te lezen op www.oldgo.nl.

Mijn eigen eerste herinnering aan Geert Bazuin dateert van ongeveer 1955. Ik ging toen met mijn moeder bij mijn vader langs op zijn werk. Dat was toen de afdeling onderwijs van de gemeente Groningen gehuisvest in het ‘oude’ stadhuis, vanaf de Grote Markt gezien rechtsboven. Geert werkte daar ook en ik heb nog het beeld, dat ik vol verbazing keek naar een meneer met een half armpje die aan het telefoneren was met zo’n grote zwarte bakelieten telefoon. Dat was Geert. Mijn vader had veel bewondering voor Geert en ze hadden tot kort voor hun beider overlijden nog contact op hun verjaardagen. Ik herinner me nog dat mijn vader een keer vertelde, dat Geert midgetgolf had gespeeld. Hoe hij dat voor elkaar kreeg, weet ik niet.

Zoals ik al aangaf heeft Geert plakboeken gemaakt over de gebeurtenissen in Haren en dat vooral vanuit historisch perspectief. In de plakboeken zijn krantenknipsels aangevuld met eigen foto’s, die meestal voorzien zijn van een bijschrift. Ook de bovenstaande foto komt uit een van de plakboeken. Geert schreef daarbij, dat het hier ging om de weg naar het opslagterrein van gemeentewerken bij het Noord-Willemskanaal, later de Emmalaan richting A28. Die omschrijving is wat vreemd. Bij het terrein van gemeentewerken nabij het Noord-Willemskanaal ging het om de voormalige faecaliënloods. Zeg maar de stortplaats van stront. Na de aanleg van riolering was deze stort niet meer nodig en werd het gebouw gebruikt als wagenloods door de dienst gemeentewerken. De loods lag bij de uitmonding van het zogenaamde Harenervaartje in het Noord-Willemskanaal en was vanaf de Westerse Drift bereikbaar via het weggetje dat aan de noordkant langs het kanaal liep. Zeker niet het weggetje dat we op de foto zien. Bij de aanleg van de A28 is de oude loods afgebroken en vervangen door de betonloods, waar u nu omheen rijdt, als u spulletjes hebt weggebracht naar de gemeentelijke milieustraat.

Het tracé van de latere verlenging van de Emmalaan richting A28 dan? Daarvan bestaan andere foto’s en de bovenstaande foto past daar niet bij. Geert moet dus bij zijn beschrijving een (zeldzame) vergissing hebben gemaakt.

Maar wat staat dan wel op de foto. Het is duidelijk, dat we vanaf een weg met mogelijk bebouwing kijken naar een achterliggend open landschap met weilanden. Wat dat betreft is de verwijzing naar het tracé van de verlengde Emmalaan niet zo onlogisch. De sleutel ligt bij het gebouw dat we op de foto zien. Volgens mij is dit de rij garageboxen achter de woningen Westerse Drift 61 en 63. Het weggetje op de foto is nu het voetpad tussen de Westerse Drift en de Hemsterhuislaan ongeveer recht tegenover de Wilhelminalaan. Die constatering brengt ons bij Johannes van Eunen, grossier in rijwielen te Groningen. Van Eunen is geboren in 1879 en heeft met zijn handel in rijwielen blijkbaar zoveel verdiend, dat hij in de 30’er jaren van de vorige eeuw een overstap maakt naar het onroerend goed. In Haren koopt hij grond aan de Westerse Drift van de familie Hemmes en op 25 april 1933 krijgt hij van BenW van Haren vergunning voor de bouw van vijf dubbele woonhuizen (Westerse Drift 61 tm 79) en acht aaneen gebouwde garageboxen.

Het ontwerp van de woningen (en dus ook van de garageboxen op de foto) is van het architectenduo Bonno Kazemier en Tonko Tonkens. Zij werkten als duo samen van 1919 tot 1940 en hebben in de stad Groningen erg veel woningen gebouwd. Vooral in de sociale sector voor woningcorporaties. Zo is de tegenwoordig zeer geprezen Gerbrand Bakkerstraat in Groningen een ontwerp van hun bureau. In Haren waren zij verantwoordelijk voor het ontwerp van de Mesdagbank aan de Rijkstraatweg. Tegenwoordig is de Benu apotheek in dit pand gehuisvest. Overigens was het niet de bedoeling van Johannes van Eunen om de woningen direct na gereedkoming te verkopen. Uit advertenties blijkt, dat het hem vooral ging om de verhuur. Voor de woningen vroeg hij f.520,- per jaar en voor de garageboxen f.40,-. Verkoop sloot hij echter niet uit en daar is het bij een aantal woningen inderdaad van gekomen. Geleidelijk werden in latere jaren meer woningen verkocht. Toch waren in 1960 nog vier van de tien gebouwde woningen eigendom van de familie Van Eunen.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 60.

Het verdriet van Maria Lucretia

Het begon allemaal zo mooi. Op 14 mei 1790 wordt Maria Lucretia Rummerink geboren als dochter van Rudolph Rummerink en Anna Wemelina Buirma. Haar vader is een van de rijkste boeren van Haren. Hij bekleedt dan ook een aantal belangrijke openbare functies, zoals die van gezworene van het Gerecht van Selwerd en kerkvoogd. Haar moeder is een dochter van de schulte van Helpman en haar oom Geert Buirma zal deze functie vanaf 1791 vervullen. De schulte is binnen een dorpsgemeenschap verantwoordelijk voor de openbare orde. Hij is dus hoofd van de politie, maar tegelijk ook – en waarschijnlijk veel lucratiever – als een soort deurwaarder belast met alle openbare verkopingen. Johannes Rummerink, een neef van haar vader, vervult deze functie in Haren. Zowel van vaders- en moederszijde heeft Maria Lucretia ooms en tantes met (in die tijd) klinkende namen: Jan Jacob Veltman, Jan Swartwolt, Hinderika Hoenderken, Jan Jans Wuffen en Hindrik Nanninga. Oom Ningo Nienhuis Sinnige is in Haren wat minder bekend. Hij is predikant te Niehove. In 1846 zal hij benoemd worden tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, omdat hij dan op 92-jarige leeftijd de oudste actieve predikant van Nederland is.

Maar niet alles is zo mooi als het lijkt. Het eerste verdriet zal Maria Lucretia niet bewust hebben meegemaakt. Op 28 oktober 1791 overlijdt haar oudere zusje Alberdina Margaretha. Op 20 december 1792 overlijdt haar ongehuwde tante Abeltijn Rummerink, die bij haar vader en moeder in huis woont. De afwikkeling van de nalatenschap levert nog wat discussies op met de families Pauwels en Veltman, maar die worden in 1793 opgelost. Vervolgens worden tussen 1794 en 1804 nog vier broers en drie zusters geboren. Van hen worden er slechts drie volwassen. Vader Rudolph overlijdt in 1808. Moeder Anna Wemelina blijft dan met (toen nog) vijf kinderen achter in de boerderij aan de Straat (huidig adres Rijksstraatweg 192 tm 196; Benu Apotheek en Flashman).

Op 19 december 1810 trouwt Maria Lucretia met Luite Bolhuis. Ook een klinkende naam in de toenmalige Harener gemeenschap. De voorouders van Luite komen uit het gehucht Essen, maar Luite is waarschijnlijk geboren op de boerderij die stond op de locatie van het huidige Schoolpad in Haren. Deze boerderij was eigendom van de familie van zijn moeder Jantje Lunsche (of Lunsing). Zij was een telg uit een boerenfamilie te Peize, maar haar moeder was weer een Bolhuis. De familierelaties zijn soms een niet te ontwarren knoop! Luite trekt na zijn huwelijk in bij zijn schoonmoeder en wordt direct aangesteld als voogd over de nog minderjarige broers en zusjes van zijn vrouw Maria Lucretia. De toekomst lacht Maria Lucretia weer tegemoet. Tussen 1811 en 1826 wordt haar huwelijk gezegend met acht kinderen. En die blijven allemaal in leven. Best bijzonder in die tijd.

Maar dan volgt er weer nieuw rampspoed. Luite Bolhuis overlijdt in november 1826, op 37-jarige leeftijd. Mogelijk is hij het slachtoffer geworden van de zogenaamde Groninger ziekte, want in een later schrijven geeft de burgemeester aan: “na den dood van hare man heeft zij jarenlang met veele ongeluk te worstelen gehad. Zij heeft gedurende vier jaren tien stuks vee verloren, hare kinderen of althans drie derzelve hebben maandenlang aan de te Groningen destijds heerschende ziekte geleden, en daardoor grote uitgaven veroorzaakt”. Als in 1829 ook haar moeder overlijdt, moeten allerlei nalatenschappen worden geregeld. De uitkomst is, dat Maria Lucretia met haar kinderen als landbouwersche gaat wonen op de boerderij van haar schoonfamilie (dus op de locatie van het Schoolpad). Landbouwer zijn is tegenwoordig geen eenvoudige opgave, maar vroeger was dat zeker niet anders. Met vele andere landbouwers lijdt Maria Lucretia grote schade door overvloedige regens en overstromingen. Haar schade wordt geraamd op f.117,-. Uit het rampenfonds krijgt ze een tegemoetkoming van f.14,87. Maar de grootste ramp volgt in de nacht van 5 op 6 augustus 1835. De burgemeester schrijft op 6 augustus 1835 aan de commissaris des Konings het volgende: “Wij hebben de eer u door deze te informeren, dat er in de afgelopen nacht even voor twaalf uren brand is ontstaan in de behuizing van de weduwe Luitje Bolhuis, landbouwersche, even buiten het dorp Haren staande en in de nabijheid van een streek huizen de Kromelboog genaamd. De weduwe en kinderen waren in eenen diepen slaap, toen twee der kinderen, in eenen vertrek naast de schuur slapende, door het nedervallen van vuur op hunnen bedsponde uit de slaap waren gewekt. Spoedig repte men zich het huis uit en maakte men de eerste gebuuren wakker om te hulp te snellen, wel dadelijk hoorde men het kleppen der torenklok in het dorp, en was de brandspuit op weg. Van alle kanten snelde men met wateremmers voorzien te hulp. Doch de brand was zoo hevig en woedende, dat men niet tegenstaande alle aangewende gepaste middelen ter blussing van dezelve deze fraaije boerenwoning en schuur benevens eene belendende schuur door de vlammen zag verteerd”. De schade bedraagt f.4.335,- en wordt slechts gedeeltelijk gedekt door de verzekering.

Met steun van de familie en stellig ook door grote eigen vasthoudendheid slaagt Maria Lucretia er uiteindelijk in alle zaken weer op de rails te krijgen. Al haar kinderen sluiten goede huwelijken. Voor haar zoon Lucas koopt ze een boerderij aan de Oosterweg. De steeg vanaf die boerderij naar de Kerklaan kennen we nu als de Bolhuissteeg.

Bij de foto: links op de foto van omstreeks 1910 ziet u het Hotel Suurd (tot voor kort ABN-AMRO). Rechts drie panden: het linkse pand is nu Rijksstraatweg 192 tm 194 (Benu apotheek). Het pand rechts daarnaast is nu Rijksstraatweg 196 (Flashman). Tot 1865 stond op de plaats van deze panden de boerderij van Rudolph Rummerink. Helemaal rechts Rijksstraatweg 198 (Rodenburg).

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 59.

Kerkstraat 1908

Een prachtige ansichtkaart van de Kerkstraat gemaakt in 1908. In die tijd was het maken van een foto nog een heel gebeuren. Veel bewoners van de straat lieten zich op deze manier graag portretteren. Uit dezelfde periode zijn ook in andere straten in Haren, Noordlaren en Glimmen dergelijke foto’s gemaakt. Wellicht een leuk project voor een fotograaf om nu ruim 100 jaar later nog eens dergelijke foto’s te maken. Een belangrijk verschil zal ongetwijfeld de leeftijd van de geportretteerden zijn. Op de oude foto’s staan veel kinderen en bijna geen bejaarden. Nu is dat stelling precies andersom.

De fotograaf stond bij het maken van de foto ongeveer op de Kromme Elleboog en hij fotografeerde richting de Rijksstraatweg.

Op de achtergrond zien we de toren van dorpskerk. De gereformeerde Gorechtkerk had op dat moment nog geen toren. Op de foto en op een (niet afgebeeld) bijschrift heeft iemand enige namen aangegeven. De forse man met de pet is Jan Nieboer. Zijn vrouw Aaltje Doedens staat helemaal rechts. Jan Nieboer en zijn vrouw woonden in 1908 in de woning Kerkstraat 29. Later had de kapper A. Dolfin hier zijn zaak. De woning is enige decennia geleden afgebroken ten behoeve van de uitbreiding van het parkeerterrein van Albert Heijn. De man in het midden wordt in het bijschrift vermeld als H. van der Woude, smid. Ik denk, dat het Klaas van der Woude is. Deze Klaas had wel een broer Hendrik, maar die was schoenmaker en geen smid. Bovendien was Hendrik in 1908 volgens mij al uit Haren vertrokken. De familie Van der Woude had een smederij in het pand Kerkstraat 30/32. Nu is hier de drukkerij Van Ark gevestigd. Van twee kinderen is een naam op de foto bijgeschreven. Bijna naast Klaas van der Woude staat A. Haverdings. Stellig de in 1894 geboren Abel Haverdings. Hij woonde met zijn vader Jan Haverdings, moeder Tietje Smit en twee zusjes en twee broers op het adres Kerkstraat 22. Het jongetje links vooraan naast Jan Nieboer zou J. Bouwman zijn. Over hem heb ik nog geen zekerheid. Mogelijk is het Jan Bouwman, geboren in 1903 en wonende Rijksstraatweg 160, maar het jongetje op de foto lijkt me wat ouder dan vijf jaar.

De woningen aan de noordzijde in dit gedeelte van de Kerkstraat zijn allemaal gebouwd rond 1880. Het perceel tussen de Kromme Elleboog en de (huidige) Hortuslaan was in 1830 eigendom van de schoenmaker Roelf Jans van Dam. Na zijn overlijden erfden zijn ongehuwde dochters Egberdina en Hester van Dam het perceel. Zij stonden in 1852 een deel van het perceel af aan de Christelijk Afgescheiden gemeente om hier een kerk op te bouwen. Na het overlijden van de beide zusters werd hun broer Hendrik eigenaar van het restant van het perceel. Hij overleed in 1877. Vlak voor zijn overlijden en door zijn weduwe vlak daarna werd het terrein verkaveld en verkocht als bouwterrein voor wat later de dubbele woningen Kerkstraat 22/24, 26/28, 30/32, 34/36 en 38/40 zouden worden. Vier van deze vijf woningen staan er nog. Alleen 38/40 op de hoek met de Kromme Elleboog is afgebroken en vervangen door nieuwbouw.

Een familie die een eeuw lang in deze woningen heeft gewoond is de familie Van der Woude. Siert van der Woude kreeg in 1879 van het gemeentebestuur toestemming om op het perceel Kerkstraat 30/32 een smederij op te richten. Samen met zijn vrouw Anke Raven betrok hij de bij de smederij nieuw gebouwde woning. Siert en Anke kregen acht kinderen. Daarvan waren er vijf, waaronder de boven al genoemde Klaas (1880) en Hendrik (1883), nog in leven toen hun moeder Anke in 1889 op 43-jarige leeftijd overleed. Siert hertrouwde in 1892 met Aaltje van Houten en uit dat huwelijk werd in 1895 zoon Johannes geboren. Klaas volgde zijn vader op in de smederij en later voegde zijn jongere halfbroer Johannes zich daarbij. Zo ontstond de vennootschap K. en J. van der Woude. Toen Klaas zich rond 1940 uit de smederij terugtrok, zette Johannes het bedrijf voort met zijn zoon Siert jr. Zijn laatste levensjaren woonde Johannes van der Woude naast zijn oude pand op Kerkstraat 28.

Overigens was Siert van der Woude niet de eerste die hier aan de Kerkstraat een woning bouwde. De timmerman Harm Jurjens Mejeur was hem net een jaar voor met de bouw van de woning Kerkstraat 38/40. Meestal beperkte de rol van de vrouw zich in deze jaren tot die van huisvrouw of – als het financieel niet anders kan – tot die van arbeidster. Voor Gepke Leeuwerke, de vrouw van Harm Jurjens Mejeur, was dat anders. Zij is wellicht zelfs de aanleiding geweest voor de verhuizing van het echtpaar naar Haren, want op 13 juli 1875 schrijft het gemeentebestuur van Haren aan vrouw Mejeur-Leeuwerke te Terwispel het volgende: “wij geven ons bij deze de eer te berigten, dat u in de raadsvergadering op gisteren is benoemd tot vroedvrouw der gemeente Haren op eene jaarwedde van f.150,- in te gaan met den dag uwer vestiging alhier, voor vergoeding wegens te verleenen verloskundige diensten aan onvermogende personen in onze gemeente”. Gepke kwam dus als gediplomeerde vroedvrouw naar Haren. In die tijd was het nog de gewoonte, dat de onvermogenden geneeskundige zorg kregen vanwege de gemeente. Het gemeentebestuur sloot daartoe jaarlijks een contract af met een geneesheer (ook voor de medicijnen) en met een vroedvrouw. Harm Jurjens Mejeur overleed al in 1894. Gepke woonde tot enige jaren voor haar overlijden in 1925 in Haren op Kerkstraat 38 en zal heel wat Harense kinderen ter wereld hebben geholpen. Zelf kreeg ze vijf kinderen. Vier daarvan heeft ze zelf ten grave moeten dragen. Kerkstraat 38 was maar een klein huisje zonder tuin. Het andere deel van hert pand – Kerkstraat 40 – was veel groter. Hier woonde vanaf in ieder geval 1918 tot zijn overlijden in 1965 de schoenmaker Jan Karel Eisses. Ik neem aan, dat Eisses voor zijn overlijden op 88-jarige leeftijd al een groot aantal jaren met zijn schoenmakerij gestopt was. Het stokje van die professie werd vanaf 1953 in de straat voortgezet door Roelof van Steenwijk op nummer 34.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 58.

Subcategorieën

Old Go

De Harense Historische Vereniging Old Go is opgericht in januari 2010 en houdt zich bezig met de geschiedenis van de voormalige gemeente Haren. De gemeente bestond uit de dorpen Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren en de buurtschappen Essen, Dilgt en Hemmen. Op 1 januari 2019 is de gemeente Haren in het kader van de gemeentelijke herindeling samengegaan met de gemeenten Groningen en Ten Boer. 

Gevarieerd aanbod

Lezingen en excursies

Organisatie Open Monumentendag 

Uitgave van Harens Old Goud, 2x per jaar, een tijdschrift met een breed aanbod van artikelen en oude foto's

Publicaties in Haren de Krant

Presentatie en promotie op evenementen.

Info-centrum

Kom eens langs in het Info-centrum van Old Go! Elke eerste donderdag van de maand kunt u van 14.00 tot 16.00 uur bij ons terecht voor inzage in ons archief. We hebben een luisterend oor voor uw (oude) verhalen met of zonder foto’s. Voor vragen en informatie kunt u mailen naar info@oldgo.nl. Het adres is: Oude Brinkweg 12A, Haren; de trap op naar boven.   

Contact

Wilt u lid worden?  Zie ons aanmeldingsformulier. 

Heeft u een algemene vraag of opmerking:  info@oldgo.nl

Wilt u een artikel of foto's aanbieden voor Harens Old Goud: redactie@oldgo.nl