Old Go

nov 152013
 

Lageweg bomen28 oktober 2013 gaat de geschiedenis in als de dag van de zware storm. Groene gemeente Haren kreeg het zwaar te verduren want heel veel bomen legden het loodje. Nog gestoken in blad waren ze een gemakkelijke prooi voor de hevige rukwinden.

Vanuit mijn raam aan de Lageweg in Noordlaren telde ik zeven omgevallen eiken in de anderhalf uur tijd dat de storm woedde. Sommige heb ik zien vallen, woesj, wortelkluit in de lucht, het wegdek meescheurend. De dikste exemplaren moeten daar al honderd jaar hebben gestaan.

Natuurlijk raakt het je als er plotseling gaten vallen in het straatbeeld. En ga je je afvragen waarom juist hier zoveel bomen plat gingen. Kreeg de wind hier meer vat op hun kruinen of hadden de wortels minder houvast? Ik vrees het laatste. Het steile talud van de bermsloot langs de Lageweg maakt zware eiken bij een westerstorm bij voorbaat kansloos. Zo zijn er al verscheidene bij eerder natuurgeweld omgegaan en zo zullen er nog meer volgen.

LagewegAan een nieuw uitzicht wen je snel, maar het wegbeeld van de eikenomzoomde Lageweg is meer dan een sfeerplaatje. Het accentueert de hier zo markante Hondsrugvoet. Misschien is het verstandig als de gemeente bij herplant eerst eens bedenkt of een jonge eik überhaupt wel de kans krijgt om oud te worden. Ik zie langs de Lageweg veel karakteristieke maar kansloze eiken. Demp die bermsloot, waar dat kan. En plant geen nieuwe eiken vlak naast een dam, waar brede landbouwvoertuigen moeten manoeuvreren. Dat leidt alleen maar tot ergernis en bastschade.

Daar liggen ze. Ze deden er lang over om zo groot te worden, werden jarenlang gesnoeid en verzorgd, waren pleegkind van natuur- en landschapsbeschermers. Ineens liggen ze plat, worden als veiligheidsrisico’s in een mum van tijd in stukken gezaagd en daar verschijnen al de eerste houtkachelstokers om hun wintervoorraad aan te vullen. Roemloos einde.

Diezelfde dag viel nog een eik om: Thijs Duijm. Bioloog Duijm was voorvechter van groen Haren ‘tot in de tuinen’ en oh, wat heeft hij vaak ingesproken om te pleiten voor diversiteit en de historische waarde van ons groen. Sympathie of antipathie, het deerde hem niet, het ging om de zaak. Ook de gemeente erkende zijn vakmanschap. Als ik de Lageweg afrijd, zie ik hem weer fietsen, op weg naar een vergadering van de Landinrichting Haren.

Henny Groenendijk

okt 142013
 

bord harenAl vanaf 1921 hangt de gemeente Haren een gemeentelijke herindeling boven het hoofd. Meerdere malen hebben provincie en gemeente Groningen getracht Haren te laten samengaan met Groningen. Destijds kon een comité met bekende namen als Boerema en Lohman dermate veel druk uitoefenen richting provincie om dit te voorkomen.
Anno 2013 zijn de bordjes toch wel verhangen. Decentralisatie van meerdere taken maakt het voor kleine gemeenten steeds moeilijker om zelfstandig te blijven.

De gemeentelijke herindeling houdt Haren in een stevige greep. Drie scenario’s zijn er: Haren met Hoogezand, Haren met Tynaarlo en als laatste Haren met Groningen. De laatste variant is voor veel mensen een doemscenario. Op diverse internetfora lees je welke verschrikkingen ons Harenaars zal overkomen als wij worden ‘ingelijfd’ bij Stad. Zo degraderen we tot slechts een buitenwijk van Groningen. Men voorziet woningbouw in en rond Essen. Het Clockhuys en het zwembad zijn reeds sloop gereed. Haren zal Hoogkerk achterna gaan, maar is Engelbert niet een zelfstandig dorp binnen de gemeente Groningen? Jaja, het zwaard van Damocles hangt boven Haren.

Zelf heb ik een tweetal inspraakavonden meegemaakt en één van de klachten was de gebrekkige communicatie van de gemeente Haren over dit onderwerp. Oudere mensen zouden heel weinig van dit onderwerp afweten. Toen ik dat hoorde heb ik direct de proef op de som genomen. Mijn 92-jarige moeder heb ik rechtstreeks benaderd met de vraag, ‘Zeg mam, weet jij dat er binnenkort een besluit wordt genomen over de opheffing van de gemeente Haren?’ ‘O ja hoor’, zei ze. ‘Daar heb ik al meerdere keren iets over gelezen’. Met de kennis van ouderen over het herindelingproces zit het niet in alle gevallen slecht.

Mocht Haren samengevoegd worden met Groningen dan wacht ons gemeentebestuur een schone taak. In besprekingen met onze fusiepartner zal men flink moeten inzetten op behoud van voorzieningen. Als dat lukt en dan graag ook voor de raadsverkiezingen van 2014, dan lijkt mij een samenvoeging met Groningen geen gevaar voor het dorpse karakter van Haren en omstreken.
Wist u trouwens dat er al mooie voorbeelden van Harense en Groningse samenwerking zijn. Ik verwijs u naar de amateursport. Zowel de hockeyclub Groningen als voetbalclub Be Quick zijn hele mooie voorbeelden van organisaties waar Groningers en Harenaars perfect met elkaar samen zijn. Niemand kan ontkennen dat dit zeer bloeiende verenigingen zijn met een groot ledenaantal uit zowel Haren als Groningen.

En mocht onze gemeenteraad toch voor een andere variant kiezen, dan zal ik als eerste het standpunt huldigen dat de democratie heeft gezegevierd. Een comité van Verzet is er niet meer en je kunt je afvragen als de bordjes met ‘gemeente’ Haren vervangen worden of de heren zich een kleine 100 jaar na dato, geïrriteerd omdraaien in hun graf. Zijn hun pogingen toch voor niks geweest!

Henk Dröge

 

sep 182013
 

De advertenties in het Harener Weekblad. Boekenrubriek. Ja, daar stond het: “Haren, Van Vroeger tot Nu, 1979, 9 euro”.

Hmm, al weer 34 jaar geleden, grootmoeders tijd. Hmm, kan interessant wezen. Een lid van de Historische Club moet zo’n boek toch in zijn bezit hebben. Even bellen, het zal wel weg wezen! Hallo! O, is het er nog ? Morgen? O.K. Waar is het in Assen? Nu volgde een tirade over wegen, rotondes, Europaweg en stoplichten. Nee, niet in Kloosterveen, het is daar nog Assen, aan de Drentse Hoofdvaart, wel een vrijstaande boerderij. Goh, wat romantisch, het Drentse veenlandschap, turfschepen, ophaalbruggen, schapen op de hei. Het vloog allemaal door het brein dat ik volgens Swaab was.

Waar waren die schapen nou? Waar die turfschepen? Waar die hei? De Hoofdvaart leek alleen maar te dienen om elke doorgang naar de overkant te versperren. Ja, U moet aan de overkant zijn, nee, hier is het eenrichting-verkeer en dat stuk is afgesloten, alleen voor fietsers. U kunt het beste weer keren en Kloosterveen helemaal omrijden. Kloosterveen? Een arm veendorp uit vroeger tijden? O, gelukkig een supermarktje, die weten wel waar het is. Het kwam goed, d.w.z. een palletfabriek, daarnaast een bouwterrein waar iets groots moest verrijzen ten koste van een vervallen boerderij.

Een halfvergaan bord boven een vervallen hekje beloofde allerlei “Antiek en Curiosa”. De antiek was er duidelijk al door de kenners uitgehaald, de curiosa bleven over. Het had geregend dus de rotzooi op het erf lag er nat en troosteloos bij. Een kapotte bolderkar, allerlei teiltjes, gieters, een verroeste ploeg, pompoenen en kalebassen die de vorige herfst de boel nog decoratief opvrolijkten lagen te rotten.
Binnenin de schuur die volgestouwd was met allerlei gebruiksartikelen van de laatste honderd jaar was het niet veel beter. Douwe Egberts kopjes stonden op een 50-er jaren rotan tafeltje, een rotan plantenstandaard met drie ringen waarin nu grijsgewolkte emaille pannen hingen, de één vol met knikkers, de ander met plastic speelgoed dingetjes en de derde met knopen en buttons. Koektrommels en eierdopjes in een door vocht uitgeslagen kastje. Een grote plastic Donald Duck keek neer op een beschimmelde pitriet poppenwagen zonder wielen.

U kwam voor het boekje? Kijk hier. O, dat boekje, ken ik al, heb ik al gelezen. Nou ja, vooruit, mooi naslagwerkje. Eenmaal buiten op het naastgelegen bouwterrein leken de bulldozers al klaar te staan om deze halfvergane rommel uit het verleden op te ruimen.
Ik voelde me sterk geconfronteerd met een stukje geschiedenis en dat omdat ik op zoek was gegaan naar een klein boekje.

Lineke van Geest

aug 142013
 

Siebrand Braaksma als klein jongetje aan de Heresingel in Groningen in 1955

Zestienhonderd, slag bij Nieuwpoort. Jan van Speyk met zijn: ‘Dan liever de lucht in!’ De Ming- en de T’ang dynastie in China. Wat heb ik daar nu aan?

Ik ben opgegroeid in Amsterdam Zuid, bij de RAI. Ik heb dat gebouw zien bouwen. Ik ben in alle straten van de Rivierenbuurt bekend en heb heel veel huizen van binnen gezien. Wat me toen niet opviel, waren de vele Joodse families die er woonden. Frits Barend zat bij mij in de klas – een van de 55 leerlingen op die drukke lagere, openbare school. Met een poster voor de ramen: onverdeeld naar het openbaar onderwijs. Vooral geen onderscheid maken naar ras, geloof, gezindte. De achtergrond ontging mij, als klein kind, volkomen.

De tandarts zat vlak naast de Wolkenkrabber. Jarenlang het hoogste en markantste gebouw in Zuid. De Stalinlaan werd omgedoopt in Vrijheidslaan. Daarvan was de reden wel bekend. Maar met Nikita Chroetsjow was Rusland nog steeds een gevaar voor de wereldvrede. De tijd van de koude oorlog, dat staat me nog goed bij.
Ik las al jong Het Achterhuis van Anne Frank en begon toen iets te begrijpen van de gruwelen van de oorlog.

Heel veel jaren later, ik woonde er allang niet meer, verwonderde het me dat op de gevel van een school in die buurt een stuk tekst in het handschrift van Anne Frank was geschreven. Wat had Anne daar nu mee te maken? Het Achterhuis ligt er zeker vijf km vandaan!

Een jeugdvriend wees me een paar jaar geleden op een website: Het geheugen van plan Zuid. Plan Zuid is het uitbreidingsplan van Berlage. Mijn Rivierenbuurt! Leuke anekdotes, foto’s en films uit de 50-er en 60-er jaren, van mijn jeugd! Een feest van herkenning. Maar met een grote schaduw ineens er overheen: daar stond menig droevig verhaal van het Jodenverraad en de deportaties. Het verhaal van de eerste verzetsslachtoffers in Amsterdam: een joodse familie die onderdak bood aan het verzet. Hun ijssalon heb ik vaak bezocht in mijn jeugd, nooit geweten dat er zo’n geschiedenis aan verbonden was.

En daar las ik ook dat de familie Frank, voordat ze onderdoken, vlak bij de Wolkenkrabber hebben gewoond en dat Anne op die lagere school had gezeten! Waarom heb ik dat niet eerder geweten? Waarom heb ik nooit les gehad over de geschiedenis van mijn eigen omgeving? Want dan gaat geschiedenis leven: de brokstukken zijn er nog, soms vaag, maar meestal heel goed herkenbaar.
Op het pleintje is een klein beeldje van Anne Frank en het huis waar ze gewoond heeft wordt in oude stijl hersteld, als stil aandenken aan een tijd die nooit mag worden vergeten.

Geschiedenis: ja, graag!

Siebrand Braaksma

jul 152013
 

Driehoek Meentweg-Brinkweg Glimmen, afbeelding Google Earth

In vrijheid je weg kiezen en toch de uitgesleten paden betreden

In Nederland wordt in de openbare ruimte tegenwoordig niets meer aan het toeval overgelaten. Alles wordt bedacht, uitgewerkt, getekend, gepland en vervolgens conform bestek uitgevoerd. Bekijk de maquette van de te bouwen nieuwe wijk aan de Oosterweg in Haren in de hal van het gemeentehuis maar eens. Elke grens, elk stukje groen, water, elke weg en elk pad bestaat vooraf op papier. Dat heet stedenbouwkunde.

Dat was in het verleden wel anders.
Vroeger ontstond dit allemaal vanzelf. Iedereen was bezig op zijn eigen stuk grond en bouwde net zoals het uitkwam. Dat gebeurde bij voorkeur op vaste (zand)grond. En daar kwam je door via de hoogste plekken te reizen. Omdat iedereen dat deed ontstonden er zo langzamerhand herkenbare, begaanbare routes door het land.

Driehoek Wilhelminalaan-Westerse Drift Haren, afbeelding Google Earth

Tijdens dat eeuwenlange proces van mensen die hun weg zochten door het landschap zijn al die oude wegen ontstaan. En omdat mensen nu eenmaal graag de gemakkelijkste weg kiezen werden de bochten afgesneden.
Zo zijn de ‘driehoekjes’ ontstaan die je hier en daar nog tegenkomt in de gemeente Haren.
Een paar mooie voorbeelden: Noorderzanddijk/Oosterweg, Gieselgeer/Onneresweg, Meentweg/Brinkweg, Westerse Drift/Wilhelminalaan, Vogelzangsteeg/Lageweg.
En u kent er ongetwijfeld nog meer.

Mensen uit moderne nieuwe plaatsen als Lelystad of Almere snappen niets van zo’n driehoekje. Die zien en gebruiken het als een (bijzonder vormgegeven) rotonde. Volgens de verkeerskundigen een gevaarlijke situatie. En dan kan er vanwege de verkeersveiligheid wel eens zo’n eeuwenoud driehoekje sneuvelen. En dan verdwijnt er weer een stukje leesbare geschiedenis uit onze openbare ruimte.

Er zit ook iets weemoedigs in. Het verliezen van een stukje vrijheid. De vrijheid om met elkaar gaandeweg je eigen weg te maken. Het niet gebonden zijn aan een vooraf uitgestippelde route. En zo samen de juiste weg te vinden.
Mensen zitten over het algemeen zo in elkaar dat ze de gemakkelijkste route nemen.
Soms nemen we de binnenbocht of zijn we wat kort door de bocht. En soms vliegen we uit de bocht.
Laten we onze paden zoveel mogelijk samen ontdekken, kiezen en maken. Dan mogen ze uitgesleten raken, het zijn wel onze wegen.

Theo Berends

jun 152013
 

Steengoed en keigaaf zijn twee manieren om aan te geven dat men iets goed vindt; steengoed wordt meestal gebezigd door wat oudere mensen en keigaaf is een term die de jeugd gebruikt.

Maar wat vond men nu goed, zult u zich afvragen. Het waren antwoorden op de vraag uit de enquête van Old Go, gehouden tijdens de kunstmarkt vorig jaar, of men iets met geschiedenis had.
Het verheugende was dat redelijk veel van de ondervraagden daar inderdaad iets mee hadden en dat het bovendien ook nog eens redelijk verdeeld was over ‘oud en jong’.

Die belangstelling voor geschiedenis bij met name de jeugd rechtvaardigt het in stand houden van historische kringen in het algemeen en die van Old Go in het bijzonder. Old Go dat zich bezig houdt met de geschiedenis van de gemeente Haren en juist in die gemeente zijn stenen en keien te vinden met een rijke historie.

Om te beginnen: de (zwerf)keien, rijkelijk achtergelaten tijdens de laatste ijstijd, in allerlei formaten, van glinsterend graniet tot mat basalt.
In ‘oude tijden’ op een bepaalde manier gegroepeerd door de mens, als ‘monument’ denk aan het hunebed bij Noordlaren en gebruikt als fundering voor de St. Nicolaaskerk te Haren en de Bartelomeuskerk in Noordlaren.
Maar ook later wist de mens met name ronde keien te waarderen als ‘kogel’, als hooi-gewicht of contragewicht aan (tol)hekken en in de ‘moderne tijd’ als grafsteen, erfafscheiding, in (rots)tuinen en niet te vergeten voor de bestrating.

En dan (bak)stenen, gebakken van de kenmerkende rode Groningse klei, voor het eerst als kloostermop in de 13e-eeuw, gebruikt bij de bouw van het klooster in Essen en de eerder genoemde kerken.
Grote, grof gevormde stenen, gebakken onder primitieve omstandigheden met turf uit de verschillende Harener polders.
Van recenter datum zijn de verschillende soorten baksteen die gebruikt werden voor het bouwen van de vele villa’s in Haren zo’n 100 jaar geleden en wat te denken van de donkerrode, kromgetrokken, gesinterde bakstenen die gebruikt werden bij de bouw van de huizen in het vroegere Tuindorp.

Stenen en keien, geschiedenis voor het oprapen en overal om je heen, om daarmee bezig te zijn is meer dan leuk. Om de geënquêteerden te citeren: steen-goed en kei-gaaf!

Gertjan Hakkaart

TOEVOEGING

De zwerfkeien bij de voormalige haven van Onnen

 

 

 

 

 

 

 

 

###

Lees ook de andere Columns van Old Go!

mei 142013
 

Het is 9 september 1975. Samen met de andere kinderen van mijn klas sta ik, rood-wit-blauw vlaggetje in de hand, onder het poortje bij de ingang van de bibliotheek te wachten. Onze klas is niet de enige die gekomen is. De smalle weg die onder de poort door naar het Raadhuisplein toe leidt, staat aan beide kanten vol met kinderen van scholen uit de gemeente Haren.

Op de parkeerplaats achter de bieb, is de weg naar het het poortje afgebakend met dranghekken. Het staat er vol mensen. Onder het poortje wordt een aantal kinderen ongeduldig. ‘Waar blijft ze nu?’, fluistert iemand achter mij tegen haar buurvrouw.
Dan wordt ons geduld beloond. Om de achterkant van de bibliotheek heen komt een grote donkere auto aanrijden. ‘Hier komt de koningin!’, roept iemand en we beginnen te joelen en zwaaien met onze vlaggetjes.
De auto rijdt voorbij in de richting van het nog nieuwe gemeentehuis. Het gaat allemaal zo snel dat ik Koningin Juliana niet eens zie. Dan roept onze juf dat we weer naar school moeten en begint onze wandeling terug naar Oosterhaar.

Vijftien jaar later op 30 april 1990, sta ik op nagenoeg dezelfde plek weer te wachten op een koningin. Beatrix, deze keer. Ook nu ben ik niet alleen. In plaats van een rood-wit-blauw vlaggetje heb ik mijn trombone in de hand en ben ik gekleed in het blauw-zwarte uniform van muziekvereniging Oranje Nassau. Deze keer heb ik de koningin al wel gezien – drie kwartier eerder bij het station, toen ze aankwam met de trein en Oranje Nassau samen met een kinderkoor voor muziek zorgde.
Het Raadhuisplein loopt lekker vol met mensen en het balkon van het gemeentehuis is versierd met bloemen. Het wachten duurt deze keer langer dan in 1975. De koningin neemt haar tijd met de rondgang door het dorp, maar dan komt ze er aan. Vergezeld door burgemeester Weide loopt ze het gemeentehuis in. Enige minuten later verschijnt het gezelschap op het balkon voor een afscheidsrede.

Zomaar twee gebeurtenissen uit de recente geschiedenis van de gemeente Haren. Het zou leuk zijn als ook Koning Willem Alexander ons in de toekomst eens zou vereren met een bezoek.
Moet hij trouwens wel opschieten. Voor we het weten zijn we ge-herindeeld bij een andere gemeente…

Maria Staal

Lees ook de andere Old Go Columns, of bekijk de foto’s van het bezoek van koningin Beatrix aan Haren op 30 april 1990!

 

apr 152013
 

Wat is het tegenwoordig toch gemakkelijk om virtueel – vanachter je computer – in je dorp rond te kijken. Je gaat naar Google Maps, tikt een adres in, bijvoorbeeld ‘Haren, Rijksstraatweg 179’, gaat naar Google Streetview en ziedaar de situatie ter plekke verschijnt op je beeldscherm. Je kunt dan inzoomen, ronddraaien en de straat ‘in- en uitwandelen’.

Was dat vroeger maar zo. Helaas is er voor zover ik weet niemand geweest die voor of na de oorlog met een filmcamera in de hand door alle straten van Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren is gereden of met een fotocamera stuk voor stuk alle huizen, akkers, gebouwen op de gevoelige plaat heeft vastgelegd.

Gelukkig zijn er wel veel foto’s uit die tijd en dan vooral van de villa’s langs de Rijksstraatweg, van boerderijen en huizen. Zo is het mogelijk om een plaatje van het gebied te maken. Maar er zijn veel witte plekken.
Het plaatje wordt in de loop van de tijd completer, omdat met enige regelmaat bewoners van Haren en omstreken hun foto’s ter beschikking stellen om te scannen. Van de foto’s moeten locatie en jaartal worden bepaald. De locatie van de foto’s is meestal snel bekend, maar het jaar waarin de foto is gemaakt is lastiger te determineren. De vroege foto’s zijn in de vorm van prentbriefkaarten, zodat het poststempel al een indicatie van het jaartal geeft. Als het poststempel niet leesbaar is, kan aan de hand van de postzegel een schatting worden gemaakt. Een voorbeeld: een postzegel van 2,5 cent uit een bepaalde serie was in de jaren 1926-1935 nodig voor het verzenden van een briefkaart, dus kan de foto uit die jaren stammen.

Het is duidelijk dat de leden van Old Go hulp kunnen bieden bij het invullen van de witte vlekken, door te kijken of er in hun fotoverzameling of albums nog interessante foto’s zitten die gescand kunnen worden.
Overigens worden beelden van nu ook geschiedenis, dus het zou goed zijn om de beelden van Google Streetview vast te leggen. Of nog beter met een filmcamera of fotocamera in het gebied rond te rijden en alles te filmen en fotograferen. Dat zou een mooi project zijn.

Dick Schaap
Beheerder fotoarchief Old Go

mrt 152013
 

Schipsloten hebben mij altijd geboeid. Ik mijmer er graag over: Welke functie hebben ze gehad? Wat is er nog van over?

Het begon bij mij met de Schipsloot die van café Friezenveen naar Haren loopt. De oude Aa werd weer in gebruik genomen en het water komt nu via een gemaal bij café Friezenveen in de Schipsloot. In eerste instantie dacht ik dat het de naam van dit water was, maar toen ik op oude kaarten keek bleken er veel meer watertjes Schipsloot te heten.

Zo ontdekte ik dat ik vanuit de trein naar Groningen bij Klooster Yesse de Schipsloot naar de Hunze kon zien. Deze sloot was in de winter de enige mogelijkheid om bij Klooster Yesse te komen aangezien de omgeving verder onbegaanbaar was. Het water werd toen nog niet zo efficiënt afgevoerd als heden ten dage.

Als je dan een sprong in de tijd terug gaat naar de middeleeuwen, dan ontdek je dat het in die tijd niet eenvoudig was om van A naar B te komen en goederen (turf) te vervoeren. Hier gaat mijn fantasie werken. Hoe breed was het vaarwater, hoe groot waren de boten, hoe werd er gevaren? Zeilden ze, roeiden ze of gebruikten ze een vaarboom?
Zo had ieder dorp of grote boerderij hun eigen verbinding met de Hunze of de Drentse Aa. Het haventje en de Schipsloot van Noordlaren naar het Zuidlaardermeer is hiervan een heel duidelijk voorbeeld.

Er zullen wel meer Schipsloten zijn die ik nog niet gezien heb. Het leukste vind ik dat dit geschiedenis is die je in het landschap terug kunt vinden en waarover je kunt fantaseren wat de functie was en hoe intensief ze gebruikt werden. In ieder geval wel zoveel dat het de moeite waard was om ze te graven.

Er zou meer waarde aan deze kleine stukjes geschiedenis in het landschap gegeven moeten worden. Voor we het weten is het verdwenen. Ook voor de historische vereniging Old Go een leuk project om dat in kaart te brengen.

Bart Boersma

feb 162013
 

Een schoolfoto uit 1950. Dit staat op de achterkant. Gezien de leeftijden van de leerlingen lijkt het niet op een klassenfoto, misschien een geselecteerde groep van de gehele school. Ik weet het niet.
Veel ken ik er nog van. Waar zijn ze gebleven? Wat doen ze of zijn ze ook gepensioneerd net als ik?
Dus tijd voor een reünie??

Boven de ingang staat de naam, Hervormde School.
Van mijn ouders hoorde ik destijds dat er nogal wat strijd is geleverd om een hervormde school in Haren te kunnen beginnen. Er was een heuse schoolstrijd in Haren gaande betreffende stichten van scholen met een christelijke identiteit. Een strijd die in 1931 begon in Glimmen. Ik lees dit in het boekje Naar school in Haren van Hilbrand Polman. De hervormde school werd in 1947 gebouwd aan wat later de Oude Brinkweg zou gaan heten na een gevecht met de gemeente vanaf 1936. Het gebouw was dus nog maar 3 jaar oud toen ik in 1950 naar de kleuterschool ging en vervolgens naar de lagere school. Mijn juf van de eerste klas was juf Tekelenburg, ze staat links op de foto. Niemand van de afgebeelde leerlingen zal zich hebben kunnen indenken dat onze ouders en de kerk zo’n strijd hebben moeten voeren.

Nu, 60 jaar later, wordt er opnieuw strijd gevoerd, maar deze keer om scholen te behouden. Echter nog niet in Haren. Samenvoegingen van neutraal en bijzonder onderwijs in hetzelfde gebouw is nu schering en inslag, met als oorzaak terugloop van leerlingenaantallen.
Het denken in hokjes is niet meer van deze tijd. Maak een groot hok (sorry school) en stop daar alle leerlingen in. Een en een is twee zo leerden we in de eerste klas bij juf Tekelenburg en dat zal niet anders worden, al stop je meerdere identiteiten in een klas. Misschien wordt dan een en een wel drie onder het mom van samen staan we sterker.

Misschien wordt het toch tijd voor een reünie want een andere hervormde school zal er niet zo snel meer komen.

Henk Bazuin