Organisation Todt: Hennie J. Oomkes en Bertus Burema

 Gepubliceerd door op 12 mei 2011
 

Luchtfoto RAF met tankgrachten App&egralbergen en Glimmen

Om de geallieerde troepen, die vanaf medio 1944 naderden, tegen te houden, werden in Nederland allerlei verdedigingswerken aangelegd: tankgrachten, schuttersputjes en loopgraven. Een en ander werd georganiseerd door de Duitse Organisation Todt (OT), genoemd naar Fritz Todt, die in 1938, als minister van Bewapening en Munitie deze organisatie oprichtte.

Voor het graafwerk werden alle mannelijke inwoners tussen de zeventien en vijftig jaar opgeroepen. Zij dienden zich per gemeente te melden en werden, voorzien van eigen schep of spade, ergens in de provincie ingezet.

In Haren werden loopgraven gegraven tussen het Noord Willemskanaal en de Westerse Drift en een tankgracht aan de Rijksstraatweg bij ’t Huis De Wolf. Door het land van boer Jansen, tussen de Kromme Elleboog en de achtertuinen van de Stationsweg, waar nu de Oude Brinkweg is, werden loopgraven gegraven.
Ook in Onnen en Glimmen werden tankgrachten en loopgraven aangelegd.
De werkmannen die van elders kwamen, werden ingekwartierd bij Harense burgers.

De Harense gemeentesecretaris Pieter Wierenga saboteerde de OT-organisatie en moest dat met de dood bekopen.

Inkwartiering bij Hennie Oomkes
Hennie J. Oomkes woonde met haar ouders aan de Kromme Elleboog. In het laatste oorlogsjaar werden tientallen mannen uit Beerta, Finsterwolde, Ezinge en Nieuw Statenzijl ondergebracht bij de bewoners van de huizen aan de Kromme Elleboog.

Bij de familie Oomkes werden dertien wildvreemde mannen ingekwartierd. Putjesscheppers, zo werden ze genoemd, herinnert Hennie zich. Vader Oomkes timmerde in de keuken banken, waar de mannen op konden zitten. Ze zaten daar met zijn allen in de keuken met een grote kachel in het midden, rondom die kachel op de banken. Eten kregen ze van de OT. De mannen sliepen in het stro op de niet afgetimmerde bovenverdieping. Ze bleven wekenlang. Toen het werk klaar was, werden ze naar een ander dorp gedirigeerd. Daarna kwamen er twee OT-ers, Duitsers. Maar die sliepen in echte bedden, niet in het stro.

Inkwartiering bij Bertus Burema
Bij Bertus Burema thuis werd in het laatste oorlogsjaar een Duitse wachtmeester ondergebracht, die zijn werkzaamheden had in de Tuindorpschool. Hij sliep ook niet op stro. Er kwam iemand van de gemeente, die door het huis liep en de grootste en mooiste slaapkamer uitkoos, aan de voorkant. Midden in de nacht ging de bel, een Nederlander riep: “Uw inkwartiering is er”. De wachtmeester at in de Tuindorpschool en zat in huize Burema altijd boven op zijn kamer. Toen kwam er bericht dat er vijftien OT-ers ingekwartierd zouden worden. Het stro was al gebracht, de woonkamer zou ervoor ontruimd worden. In de hele buurt kwam inkwartiering.
Maar de Duitse militair wilde die extra logees niet in huis hebben en hij zorgde ervoor dat ze niet kwamen.

Pieter Wierenga
In de herfst van 1944 kreeg de gemeente Haren opdracht een lijst samen te stellen van alle mannen die beschikbaar waren om graafwerkzaamheden voor de OT uit te voeren. Onder leiding van gemeentesecretaris Pieter Wierenga werd de lijst gesaboteerd. De burgemeester, de NSB’er De Waard, ontdekte de malversaties en gaf opdracht een nieuwe lijst te maken. Het gemeentepersoneel weigerde dit: een collectieve verzetsdaad. Wierenga deelde dit besluit op 16 november 1944 mee aan de burgemeester. Het voltallige personeel was inmiddels vertrokken om te gaan onderduiken. Wierenga vertrok zo snel mogelijk op de fiets richting Emmen om daar te gaan onderduiken. Bij De Punt werd hij aangehouden door patrouillerende landwachten. Zij waren niet op de hoogte van de gebeurtenissen in het gemeentehuis, hun aandacht ging vooral uit naar de bagage van Wierenga. Daarin zat een kistje sigaren en tabak. De landwachten zagen hem aan voor een illegale handelaar en namen hem mee naar het landwachthuis in Vries. Hier belden zij burgemeester De Waard, die ogenblikkelijk de SD naar Vries stuurde. Achter het wachtlokaal van het landwachthuis werd Pieter Wierenga doodgeschoten door een SD’er.

De werkzaamheden in Haren
Het weer zat de Duitsers niet mee in de winter 1944/45. Eerst liepen de loopgraven voortdurend vol water en zakten de zijkanten in door de aanhoudende regen. Ook saboteerden de omwonenden de werkzaamheden. Toen ging het stevig en langdurig vriezen, waardoor er niet gegraven kon worden. Op 7 april werden de graafwerkzaamheden definitief gestaakt. Een week later werd Haren bevrijd.

Het huis aan de Rijksstraatweg
Op enig moment heeft Hennie Oomkes de ingekwartierde Duitsers op de fiets naar een villa aan de Rijksstraatweg gebracht. Een prachtig huis, naast het kinderziekenhuis, thans Guyot. Die villa is kort na de oorlog zomaar afgebroken. Hennie zou erg graag weten waarom dat huis moest verdwijnen. Is er een lezer die hier iets over kan vertellen?

Wil Legemaat
Dit verhaal verscheen in 2010 in Haren dé Krant

Wilt u reageren of zelf een verhaal vertellen? Dat kan onderaan deze pagina.

###

Meer verhalen lezen over de Tweede Wereldoorlog in Haren? Ga dan naar Tweede Wereldoorlog, of bezoek Artikelen, voor meer over de geschiedenis van Haren.

  14 reacties aan “Organisation Todt: Hennie J. Oomkes en Bertus Burema”

  1.  

    Goeie morgen,

    Bedankt voor uw informatie!
    Weet u iets over de gietijzeren kachel die voor de OT werd gemaakt?
    Ik kan u er een foto van leveren.

    Ontvangt mijn vriendelijke groet,
    Charles Destrée
    (1926) historicus.

    •  

      Bedankt voor uw reactie. Wij zijn binnen Old Go even aan het zoeken naar een antwoord en zullen u daar via de email verder over berichten.

      •  

        Na overleg met de schrijfster van het artikel op onze website, is gebleken dat de kachel die in het artikel wordt genoemd een gewone kachel was, die toevallig al in het huis aanwezig was.
        Wij hebben verder geen informatie kunnen vinden over kachels die speciaal voor Organisation Todt werden gemaakt.

    •  

      Geachte heer,

      Dank voor uw antwoord aan Maria Staal.Wij hebben helaas geen informatie over de familie, waarover u vroeg.
      Wilt u wel uw kennis delen over De heer van der Waals?
      Met vriendelijke groeten
      Ali Bakker

  2.  

    Is er ook iets bekend over strafkampen van de O.T. in de omgeving van Glimmen? In deze kampen (voornamelijk in gevorderde schoolgebouwen) zaten mannen die waren opgepakt. Ze waren dus niet bij mensen thuis ondergebracht.

    Erik Dijkstra

  3.  

    Dag,

    Ik meen te weten dat in de Openbare School te Glimmen mannen van de O.T. zaten .
    Ik ga dit navragen.
    U hoort van mij.
    Met vriendelijke groeten,
    Ali Bakker

  4.  

    Beste Ali,

    Heeft u al wat kunnen vinden over de O.T. in de school in Glimmen?

    Met vriendelijke groet,
    Erik Dijkstra

  5.  

    Is het mogelijk dat wij telefonisch hier over praten? Dan kan ik wat meer toelichten.

  6.  

    Dag Erik,

    Ik heb bronnen gevonden dat de ” putjesgravers ” in de Christelijke school van Glimmen, aan de Nieuwe Schoolweg waren ondergebracht.
    De school was gevorderd door de Duitsers. De mannen moesten loopgravan graven bij de Poll aan de Zuidlaarderweg waar nu het Golfterrein is. Sommige van deze mannen kwamen bij mijn ouders s ávonds koffiedrinken. Zonodig kan ik je in contact brengen met mijn bron.
    Wordt vervolgd, groet Ali Bakker

  7.  

    Vervolg op het verhaal van Ali B. (Reactie 6)
    Ik ben haar oudste broer en vertel het verhaal wat ik van mijn vader heb gehoord!
    Die 5 mannen die moesten graven voor de OT en in de Chr. Nat. School in Glimmen sliepen, hadden het daar erg koud.
    ’s Avonds dronken ze vaak koffie bij Bakker Bakker (ouders van Ali en mijn persoontje).
    Mijn vader bood ze aan, kom maar bij ons slapen dan hebben jullie het niet zo koud!!!!! Echt waar!!!!!
    Het beroep van mijn vader was bakker en het huis was dus betrekkelijk warm door de oven midden in de woning.
    De mannen kwamen uit Leeuwarden. En op een gegeven moment werd ze mede gedeeld dat ze zich moesten melden op station Glimmen/De Punt en dan mochten ze naar huis.
    Mijn vader zei ga niet want het is vast een leugen.. Maar ze gingen wel en werden toen naar het zuiden gebracht, ik meen naar de omstreken van Arnhem om daar te graven.
    Een van die mannen heette Oost en mijn ouders hadden contact met hem na de oorlog. Hij is later koster geworden van een Vrij Evangelische Kerk in Hilversum. Zij hadden een zoon die heette Libbe.
    Tot slot een groet
    Eisse Bakker

  8.  

    Kan iemand mij iets vertellen over het huis de Dobbe in harendermolen gedurende de oorlogstijd 1940 – 1945. De eigenaar was de houthandelaar Nanninga uit winneweer. Wie woonden op het huis gedurende oorlog? De dochter van de heer Nanninga, mevrouw de laitte nanninga is zeer oud geworden. Ze was 105, toen ze stierf in 2010. Kan iemand mij iets vertellen over de heer de Laitte? Wat was zijn beroep? Waar is hij gebleven. Wat deed hij in de oorlog? Wij, als familie, mijn vader, moeder en twee zusters Caroline en Reina en mijn broer Robert kwamen na de oorlog in 1945 op de dobbe te wonen tot 1955. Het huis was geen eigendom van mijn vader. Van wie huurde hij het huis? Na ons is de heer ten Berge eigenaar geweest. Van wie heeft hij het huis gekocht? Mevrouw de laitte nanninga heeft als klein meisje op huis Voorveld aan de rijksstraatweg gewoond! Heb ik nu pas allemaal gelezen in de harense krant. Ik ben 75 jaar. Ik hoop dat iemand zich nog iets kan herinneren.

  9.  

    Geachte heer van der Wijck
    hoewel niet een naamgenoot lijken onze namen toch op elkaar,.
    ik weet niet veel van de Dobbe in Hharendermolen maar kan wel dingen nagaan, en dat ga ik voor u proberen
    en dit bericht wordt dus vervolgd
    Roelof van Wijk

  10.  

    vervolg antwoord
    Bewonersgeschiedenis villa de Dobbe in Harendermolen.
    Na 1915 verhuist het gezin van de houthandelaar Hendrik Geuchien Nanninga naar de villa ‘Houtrust’ in Harendermolen, of hij het huis daar heeft laten bouwen of gekocht is (nog) niet duidelijk. Daarvoor woonde hij in Stedum en Groningen, maar zijn houthandel was in Winneweer. Rond 1930 liet hij architect Kuiler van het bureau Kuiler en Drewes het huis verbouwen en uitbreiden.
    Twee van de drie dochters vlogen uit, naar Haarlem en naar Winneweer, maar de jongste was nog thuis toen Nanninga in 1933 in de Boerhavekliniek in Amsterdam overleed.
    Dochter Johanna Aleida Nanninga (geb Stedum in 1905, wonend in Haren) trouwde in 1929 met de houthandelaar Léopold Benoit de Laitte, geboren in Parijs, maar wonend in de gemeente Ten Boer, waarschijnlijk om het vak van houthandel te leren, in 1933 woonden ze in Winneweer.
    Een andere dochter: Antonia Lucretia Nanninga trouwde in 1936 met de candidaatnotaris Allert Nanne Duintjer.
    De weduwe, Mw. A .B.J. Nanninga-Wentink verkocht in 1939 de villa Houtrust, met nog een bouwterrein zuidelijk ervan aan Prof. H.M. de Burlet, professor aan de RU Groningen in de ontleedkunde. Ze ging in Eelde wonen en overleed daar in 1947.
    Prof de Burlet was in de WO II duitsgezind, betrokken bij de commissie die de moorden in Katyn
    (Polen) onderzocht, gaf daar interviews over en werd in 1944 benoemd tot rector magnificus. Na de oorlog werden hij en zijn echtgenote in 1949 voor de ‘politieke’ rechtbank gedaagd. Hun bezittingen waren verbeurd verklaard en hij en zijn vrouw waren in die tijd ‘voorvluchtig‘.
    Hij gaf de naam ‘de Dobbe’ aan de villa, althans zo heette de villa toen in februari 1949 de villa ‘de Dobbe’ voor fl 42. 100,= werd verkocht aan het woningbureau Zeeven ( en doorverkocht) met toestemming van de beheerscommissie, die na de oorlog de in beslag genomen goederen etc. beheerde. Overigens was de villa tot 1951 verhuurd aan Mr. A.N.S. van der Wijck voor fl 1600,= ’s jaars (misschien een 5 jarig contract?)
    Roelof van Wijk, Haren

  11.  

    Roelof, die fam. Nanninga, waren dat mensen die Geref. waren? Ik kan me nog erg goed herinneren,dat er een alleenstaande vrouw en een oudere man aan de Westerschedrift woonden.Die Nanninga heetten en waar ik altijd een zendingsblaadje naartoe moest brengen Ze hadden een houthandel gehad, dat wist ik van m’n Pa.
    Ook woonden er in de Dobbe de fam.ten Berge. Hij had een bestuurlijke functie bij de UTS. waar ik toen op kantoor zat. Hij was een belangrijk persoon in Groningen. Ik weet nog dat ik daar notulen naartoe moest brengen.
    Zo maar even wat dingetjes die me te binnen schoten toen ik je verhaal las.
    Groet Anje