Op de gedenksteen van Haren staan tien kinderen

 Gepubliceerd door op 12 mei 2012
 

Het valt niet op, want ze staan als familie op de gedenksteen, maar de helft van de Harense oorlogsslachtoffers was Joods en onder hen zijn tien kinderen jonger dan vijftien jaar.

Terwijl het leven voor de meeste Harenaars in de eerste oorlogsjaren min of meer gewoon zijn gang ging, sloot het net zich snel, doeltreffend en bijna geruisloos om onze Joodse medeburgers. Een reeks maatregelen verdreef de Joden uit het economisch en sociale leven en toen zij eenmaal uit de actieve samenleving waren verdwenen en zonder middelen van bestaan waren, was het vrij eenvoudig hen op te pakken en naar kamp Westerbork af te voeren.

Betty, Marcel, Benny en Freddy kenden elkaar: de familie Slomper woonde aan de Westerse Drift en de familie Blocq aan de Wilhelminalaan en de kinderen speelden met elkaar en met buurtkinderen. Benny voetbalde bij Be Quick, evenals zijn vader Eddy. Hij bezocht de openbare lagere school in de Kerkstraat. De jongens Wolff woonden aan de Waterhuizerweg, zij gingen naar de Tuindorpschool.

Tuindorpschool 1941, met in het midden met bril Ewald Wolf en rechts van hem Louis Wolf

In september 1941 mochten de Joodse kinderen niet meer naar school. Verscheidene Harenaars herinneren zich hoe Louis en Ewald niet meer in de klas verschenen, maar in het speelkwartier achter het hekje naar het schoolplein stonden te kijken. Enkele maanden later vertelden de jongens dat ze op reis gingen, er klonk iets avontuurlijks in door, maar toch voelde iedereen dat het niet om een vakantiereisje ging.
Benny Blocq en zijn vader Eddy moesten afscheid nemen van Be Quick: Joden mochten geen lid meer zijn van een algemene sportclub.

Westerbork
Half juli 1942 werden de Harense mannen en oudere jongens naar Westerbork gebracht. De meesten gingen vandaar met het eerste transport naar Auschwitz.

In de nacht van vrijdag 27 op 28 november werden Betty, Marcel, Benny en Freddy met hun moeders en Ruth met haar ouders opgehaald en naar kamp Westerbork gebracht. Louis en Ewald gingen met hun oudere broer Adolf en hun moeder te voet naar het station in Groningen.
Betty en Marcel Slomper werden op 9 februari 1943 met hun moeder doorgevoerd naar vernietigingskamp Auschwitz. Bij aankomst op 12 februari werden zij direct naar de gaskamer gebracht.

Benny en Freddy Blocq werden in maart 1943 naar kamp Vught gebracht, waar Benny in een aparte kinderbarak werd ondergebracht, apart van zijn moeder en broertje. In juni maakten de jongens deel uit van de beruchte kindertransporten van Vught via Westerbork naar Sobibor. Daar kwamen zij op 11 juni 1943 om het leven.
Louis en Ewald Wolff werden op 18 januari 1944 overgebracht naar Theresienstadt en vandaar op 4 oktober 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Daar eindigde bij aankomst op 6 oktober hun leven.

Ruth Kottek werd met haar ouders in februari 1944 gedeporteerd naar Bergen-Belsen. Op 10 april 1945 werd dat kamp ontruimd omdat de geallieerden naderden. De familie Kottek kwam terecht in de zogenaamde ‘Lost train’, een trein met open wagons die door Duitsland zwierf, op de vlucht voor de bevrijders. Bij Tröbitz werden ze bevrijd. De ouders van Ruth bezweken echter korte tijd later aan uitputting en ziekte. Ruth, inmiddels 12 jaar, keerde als wees terug in Nederland.

Ruth Weile, Elise, Careltje en Felicie van der Lijn
De familie Van der Lijn en het bij hen inwonende Duitse meisje Ruth Weile, hoefden aanvankelijk niet op transport, omdat moeder Van der Lijn een functie had bij de Joodse Raad. In januari 1943 werd dochtertje Felicie geboren in Haren. Vijf weken later werd de familie naar Amsterdam gedirigeerd en vandaar naar Westerbork. Op 8 april volgde deportatie naar Auschwitz. Daar eindigde op 11 april 1944 het leven van Elise (8), Careltje (6) en de kleine Felicie (1).

Ruth Weile was in mei 1943 naar Westerbork gebracht. Op 7 september 1943 bracht de trein haar naar Auschwitz, waar zij op 10 september in de gaskamer werd omgebracht.

De gedenksteen van Haren

Gedenksteen
De gedenksteen van Haren toont ons de littekens van de Tweede Wereldoorlog. Achter elke naam gaat een wereld van verdriet schuil. Achter de namen van families schuilen hartverscheurende verhalen. Verhalen van gewone Harense kinderen, die de meest afschuwelijke verschrikkingen hebben moeten doorstaan. En wier jonge leven eindigde in een gaskamer.
Het is goed om daar, al is het voor het eerst in 65 jaar, eens bij stil te staan. Kinderen horen in een bloementuin, niet in een concentratiekamp en zeker, zeer zeker niet op een gedenksteen.

Wil Legemaat
Dit verhaal verscheen in 2010 in Haren dé Krant

Wilt u reageren of zelf een verhaal vertellen? Dat kan onderaan deze pagina.

###

Meer verhalen lezen over de Tweede Wereldoorlog in Haren? Ga dan naar Tweede Wereldoorlog, of bezoek Artikelen, voor meer over de geschiedenis van Haren.