Tuindorp

 Gepubliceerd door op 20 juni 2013
 

Volgens het Adresboek van Haren uit 1932, is Tuindorp “een buurtschap gelegen ten Oosten van de spoorbaan tusschen Onner-weg en Waterhuizerweg”.
De ontstaansgeschiedenis van Tuindorp begint 15 jaar eerder wanneer op 14 september 1917 de woningbouwvereniging “Onnen” opgericht wordt onder voorzitter-schap van de toenmalige burgemeester Boerema en op initiatief van de Staats-spoorwegen die druk doende waren het spoorwegemplacement Onnen aan te leggen: rangeerterrein, locomotievendepot en wagenwerkplaats.

Om de arbeiders zo dicht mogelijk bij hun werk te laten wonen, besloot men een afzonderlijke unieke woonwijk voor hen te laten bouwen, een wijk volgens het ‘tuindorp-principe’, gebaseerd op de ideeën van de Engelse stedenbouwkundige Ebenezer Howard (1850-1928). Zijn principe was een reactie op de slechte woonomstandigheden voor met name de arbeiders van destijds. Als alternatief voor de overvolle en ongezonde woonomstandigheden in vooral de steden, ontstonden er zogeheten ‘tuindorpen’, waarbij wonen verbonden werd met de natuur. De dorpen hadden een naar verhouding lage bebouwings-dichtheid en waren gescheiden van industrie-gebieden.

In Tuindorp was een school, er waren 4 winkels en als verenigingsgebouw kon een aan de Waterhuizerweg gelegen dorpscafé dienen.

De architectuur in Tuindorp zou als een ‘landelijke variant’ van de Amsterdamse School omschreven kunnen worden waarvoor vooral architect Ph. J. Hamers uit Bussum verantwoordelijk was, het gaat om laagbouw-huizen opgetrokken uit baksteen, soms voor het contrast met anderskleurige, gesinterde of anders gevormige elementen met overstekende steile daken (in Tuindorp zijn bijna alle dakhellingen 60 graden of meer).

Het wijkplan is ‘speels’ van opzet: een rechte straat, een halve cirkel, een paar flauwe bochten, een soort slappe S; met verschillende perceel-groottes al dan niet met vrijstaande schuurtjes, waarvan een aantal met een zeshoekige oppervlak met een scheidingswand in het midden. Vrijstaande woningen komen zelden voor, in Tuindorp betrof dat alleen de woning van het schoolhoofd. Een luchtfoto uit 1928 laat dat heel mooi zien.

Tuindorp werd in 5 jaar gerealiseerd; de eerste 18 huizen werden in 1920 opgeleverd, in 1921 ging het om 32 woningen, in 1922 de school en hoofdmeesterswoning en in 1925 nog eens 75 woningen en 4 winkels en van een huisnummer voorzien door middel van een gewitkalkt ovaal naast de voordeur met een zwart huisnummer.
Deze nummering liep van 1 tot 132 en was voor een niet-Tuindorper niet te begrijpen.

De huisnummering was een van de redenen om Tuindorp in 1951 in een aantal straten onder te verdelen en wel in Spoorlaan, Middenpad, Lijsterweg, Vijverpad, Blekenweg (zonder discussie in de gemeenteraad), Tuindorpweg (er lag een voorstel tot Meidoornlaan) en Mezenlaan (de voorgestelde Eksterlaan haalde het niet bij de definitieve vaststelling) en de school en de bijbehorende woning gingen tot de Waterhuizerweg behoren.
Dit leidde wel tot de ‘komische’ situatie dat een en hetzelfde huizenblok verschillende straatnamen kan hebben met dan wel weer twee keer dezelfde nummering, zoals Mezenlaan 10 en Lijsterlaan 10.

Het Adresboek uit 1932, bevat ook een complete bewonerslijst van Tuindorp 1 tot 132 en zelfs de beroepen, dan al lang niet meer alleen maar arbeiders bij de Spoorwegen, en bezigheden van de bewoners worden daarin genoemd.

Van diverse typen en soorten woningen geven de foto’s een goed beeld.

Gertjan Hakkaart

###

Meer lezen? Kijk dan ook eens naar de serie artikelen over de Tweede Wereldoorlog, of vindt meer informatie over Old Go op Over Ons.